René Weerheijm

Leven in een voetballoos tijdperk. 

Een column uit het hart

 

 

Ik betrap me er op dat ik bijna geen roddels meer lees. Zelfs dat kan ik niet meer opbrengen. Het mailverkeer tussen de bestuursleden en leden van de activiteitencommissies wordt minder. De boosheid over het misschien mislopen van een kampioenschap met een voorsprong van 25 punten wordt minder. Ik houd me er niet meer zo mee bezig. Het leven in een 1,5 meter maatschappij valt me mee. Boodschappen doen is een ramp. Dat dan weer wel.

Voetballers hebben het vooral lastig. Het is hun werk. Op het veld staan met je maten en lekker trainen en wedstrijden spelen is wat ze het liefste doen. Topsport is hun leven en jezelf in shape houden is dan ook heel lastig. Iedereen heeft er last van. Je structuur is weg. Wekkertje 6 uur. Half 7 op. Half 8 treintje in. Om 8 uur aan het werk. 16.30 weer naar huis. Eten koken en dan naar de sportschool voor een lesje. En dan om 22.30 oogjes dicht om de volgende dag exact hetzelfde te doen. Nu is het opstaan wanneer het uitkomt. Heb ik wel voldoende werk. Zo ja dan heb je nog enige structuur. Zo niet, dan ga je tussendoor sporten. Even na de lunch een stukje hardlopen. Even met de gewichten jongleren als het uitkomt. De structuur is weg. En dan is het lastig om overeind te blijven. Ik kan er goed mee omgaan, maar hoor van verschillende mensen dat ze er moeite mee hebben. Hoofdpijn en moeheid, zijn de meest gehoorde klachten. Heeft ook te maken dat met thuiswerken een goede werkplek een vereiste is. Dat lukt dus niet altijd. Een eetkamerstoel is nu eenmaal geen bureaustoel. Een eet- of knutseltafel staat natuurlijk nooit op de juiste hoogte. En dan krijgen mensen last van hun nek en schouders met hoofdpijn als gevolg. Of rugklachten. Het houd allemaal niet over.

Gelukkig hebben we alle gelegenheid om er op uit te trekken. In sommige landen mag je helemaal de deur niet meer uit. Om boodschappen te doen of misschien een stukje te sporten in de directe omgeving van waar je woont mag dan nog net. Wij mogen er tenminste nog op uit. Wandelen en gepaste afstand houden dat lukt prima. Er zijn aanzienlijk minder mensen op straat. Fietsen daarentegen is soms wel een uitdaging. Vooral de 70-plussers lijken zich er niet zo mee bezig te houden. Die blijven hoe dan ook naast elkaar fietsen, want dat doen ze hun hele leven al. Dan word passeren op gepaste afstand een lastig dingetje. En zij zijn toch een risicogroep. Ik neem het niemand kwalijk. Het is voor iedereen wennen. Men zegt niet voor niets. Neem indien mogelijk gepaste afstand. Het kan nou eenmaal niet altijd.

Ik hoop wel dat mensen blijven nadenken. Van dit virus zijn we voorlopig nog niet af. Het zal best afvlakken in de zomermaanden, maar ook net zo hard de kop weer opsteken in het najaar. De hoop is gevestigd op een vaccin. En dan is het nog maar te hopen of we met zijn allen worden ingeënt. 17 Miljoen mensen. Dat zal nog een onderneming worden. Ik wens alle voetballiefhebbers in de wereld een gezonde toekomst toe. Blijf gezond en kijk met zijn allen uit naar ADO tegen Sparta of Southampton tegen Villa. Als die bal maar weer gaat rollen. En dat we op gepaste afstand van elkaar weer in de stadions mogen zitten. Op gepaste afstand met het OV naar de stadions toe kunnen. Dat er oplossingen komen voor de 1,5 meter regel. Dat we met zijn allen weer kunnen genieten van de dagelijkse dingen. Houd vol. Ondanks dat de televisiezenders klassieke wedstrijden blijven uitzenden waar we het mee moeten doen. Alhoewel alle radiozenders het al hebben geleend zullen we maar zeggen roep ik het ook nog maar een keer. You’ll never walk alone. En blijf gezond.

René Weerheijm